Waar moet ik beginnen.
- Jim Neyt

- 18 dec 2021
- 3 minuten om te lezen
Ik ben trots op mijn Club. De kleuren, het oude beton van Jan Breydel. Ooit zagen we ze voor het eerst. De één, drie generaties terug de ander nog maar net. Als ik de mensen rondom het stadion zie lopen voor een wedstrijd gaat mijn hart al een tikkeltje sneller slaan. Die verbondenheid, wat maakt deze plek zo bijzonder en wat maakt onze Club zo anders dan alle andere ploegen. Het zijn de herinneringen. De mooie heropstand momenten. Want voor de fans is voetbal een passie, voor de meeste spelers gewoon hun werk. Liefde voor de Club is de juiste omschrijving. Ja, je houdt van iemand en dat blijf je onvoorwaardelijk doen.
Ik weet niet hoe ik het anders uit zou moeten uitleggen. En soms gedurende een bepaalde periode raakt één speler je. Hij heeft een bepaalde heldenstatus over zich door een iconische goal. Door gewoonweg zichzelf te zijn. Toen de Israëlische middenvelder voor het eerst terug naar Jan Breydel kwam met Antwerp kreeg hij van de supporters een waar huldigingstafereel.
Vlak voor de aftrap kreeg Lior van Club-voorzitter Bart Verhaeghe en CEO Vincent Mannaert een prachtige foto uit de bekerfinale tegen die uit Brussel. Om even later in de 8ste minuut een stevig applaus te mogen ontvangen van het Brugse legioen. Zelf had ik dit initiatief genomen via social media om dit te laten realiseren. Als blijk van respect voor wat was geweest en de keuze die hij toen had gemaakt om voor Antwerp te gaan voetballen.
Na die bewuste kerstwedstrijd (Club-Antwerp 5-1) stuurde hij me nog een berichtje om hem te excuseren dat hij niet meer tot bij me kon geraken. Dit raakte me! Maar zo kenden we je, een echte gentleman op en naast het veld. Regelmatig zakte ik naar Antwerp af om een training bij te wonen en zo het contact te onderhouden. Bij een eerste training die ik vanaf de zijlijn bekeek had ik een matchworn shirt mee van in de tijd bij blauw-zwart om te laten signeren. Je kneep eens stevig in mijn wang en maakte de andere spelers duidelijk dat dit geen probleem was. Ja, met een shirt van Club staan zwaaien op Antwerp was gedurfd. Maar dit was zonder slechte bedoelingen. Enkel uit liefde voor de speler!
Tijdens jouw periode bij Club maakte ik me herkenbaar met een sjaal van Israël die ik later dan door een vlag inruilde. Wanneer je vier jaar terug apart aan het revalideren was van uw blessure en ik op mijn verjaardag een training bijwoonde met mijn grootvader apprecieerde je het gebaar enorm. De voetbalschoenen die ik toen als geschenk voor mijn verjaardag kreeg kon op dat moment niks overtreffen. Wat was ik trots!
Toen je in januari de Gouden Schoen won gaf ik je enkele dagen later een geschenk en straalde je als nooit tevoren. Enkele maanden later, begin april, na een training maakte Lior wat tijd voor me vrij en signeerde een kaart voor mijn grootouders hun 65ste huwelijksverjaardag die tevens grote Club-fans zijn. Wanneer ik polste naar de toekomstplannen doordat er in de media geruchten waren dat de aartsrivaal interesse in de Gouden schoen had was je openlijk. Toen heb ik mijn hart laten spreken en je gezegd dat dit mij enorm zou raken.
Als supporter kan ik dit maar moeilijk plaatsen. Het zal ongelofelijk hard aankomen om hem deze zondag in een paars shirt te zien tegen onze Club. Maar op professioneel vlak heeft hij nu wat hij wil, een contract van twee jaar. Dat Antwerp het aanbod van die uit Brussel nog hebben geëvenaard was te laat doordat hij zijn ja-woord al had gegeven.
De media probeert de supporters nu wat te bespelen in aanloop naar de topper. Iedere fan doet uiteraard wat hij/zij wil. Ik zal alvast niet meegaan in die negatieve spiraal. De haat tegenover de Mauven zal er altijd zijn maar de vreugde die Lior Refaelov ons op 22/03/2015 in minuut 92 gebracht heeft, weegt bij me en andere Club-gezinde nog altijd op tegenover het feit dat hij nu in het paars speelt…
Want Club is mijn passie, mijn leven. Dat is het! Onvoorwaardelijke liefde voor de Club!
Foto: Club Brugge Nieuws.



Opmerkingen